liefdevolle precisie

Toen Lodewijk Thijssen in 1988 in Rotterdam kwam wonen nadat hij zijn opleiding aan de kunstacademie had voltooid was de cultuurschok groot. Lodewijk groeide op in een kunstenaarsfamilie die veel verhuisde in binnen en buitenland, maar hij was altijd omringd door de natuur. Tekenen deed hij al vanaf het moment dat hij een potlood vast kon houden en hij tekende alles. Als kind tekende hij met grote hartstocht de bomen, de huizen, portretten van de mensen om hem heen, dieren, als puber schilderde hij indringende surrealistische droombeelden. Hij tekende iedere dag. Romantisch, maar tegelijkertijd altijd met uitzonderlijke precisie en onbarmhartige objectiviteit.

Zijn gang naar de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in ‘s-Hertogenbosch was een logisch en natuurlijk vervolg van zijn jeugd en achtergrond. In ‘s-Hertogenbosch studeerde hij bij o.a. Rein Dool, Frank vd Broeck, Gé Verhulst en Wolfgang Ebert. Hij onderzocht als kunstenaar meerdere richtingen maar bleef altijd tekenen, kijken en registreren.

Rotterdam was een stad waar de menselijke maat en de schoonheid leek verdwenen. Door de naoorlogse woningnood waren wijken ontstaan die zuiver zakelijk en functionalistisch waren. Een barre en kale omgeving voor Lodewijk, opgevoed met schoonheid en cultuurgeschiedenis. Maar daarnaast ontstond er ook een nieuwe stad, die voor iemand met liefde voor architectuur en lijnen en verhoudingen heel opwindend was. In het jaar dat Lodewijk naar Rotterdam verhuisde werd het opvallende gebouw van de Nationale Nederlanden gebouwd. Er heerste een sfeer van vernieuwing en hoop. Het grote werk ‘De Metselaar’ verhaalt van de niet aflatende veerkracht van de bouwende mens, die steeds na vernietiging weer opnieuw begint, en de vernietiging kan zien als een kans op vernieuwing. Lodewijk schilderde het werk voor zichzelf, en was er eigenlijk nooit op uit om het grote publiek te zoeken.

Een groot deel van Lodewijks werk werd in deze periode als het ware ontmenselijkt. Hij was geobsedeerd door lijnen en gefascineerd door licht. Hij schilderde het interieur van een lege vertrekhal op het vliegveld, van een restaurant na sluitingstijd, van windmolens tegen een grijze wolkenlucht, op een bijna classicistische manier, niet zomaar figuratief, maar wel fotografisch perfect. Interessant is dat de menselijke eenzaamheid in zijn ontmenselijkte schilderijen altijd voelbaar is.

Naast het vrije, persoonlijke werk schildert hij portretten, vaak in opdracht, en gaf hij ook jarenlang les in portretschilderen, eerst aan de Willem de Kooning academie en daarna aan de SKVR. De tegenstelling van het betrokkene en intieme van het menselijke portret en het afstandelijk observeren van de omgeving vallen samen in zijn wat latere schilderijen van jonge jongens in een stedelijk decor. Ze zien er enigszins verloren en zoekend uit in een koude en geometrische wereld. Maar of Lodewijk nu simpele objecten zoals windmolens, een bootje, een bosrand schildert of een portret: die bijzondere combinatie, die eigen tegenstelling van objectiviteit en intimiteit is altijd voelbaar. Dat heeft te maken met zijn analytische helderheid en de uiterst zorgvuldige, liefdevolle penseelstreek waarmee hij zich verbindt met zijn onderwerp.

In de negentiger jaren, ver voordat hij een succesvolle galerie op de Brouwersgracht had, zag Paul Lohmann bij toeval werk van Lodewijk Thijssen in een galerie op de Witte de Withstraat in Rotterdam. Het bleef in zijn herinnering haken. Toen hij bij toeval stuitte op een werk van Lodewijk dat was aangekocht door een particulier in Groningen herkende hij het handschrift meteen en ging op onderzoek uit. Hij bezocht Lodewijks atelier en stimuleerde hem in de openbaarheid te treden met zijn werk. Komende maand zijn schilderijen uit voornoemde serie te zien in Gallery 238. Momenteel werkt Lodewijk aan een nieuwe serie die volgend jaar zijn premiere zal beleven.

Maria Segura