recensie NRC

Er gaat een mysterieuze dreiging uit van de schilderijen van Lodewijk Thijssen (Amersfoort, 1962). Zelfs bij een op zichzelf niet spannend onderwerp, een moderne windmolen, weet hij iets duisters op te roepen. Dat komt vooral door de donkere kleuren die hij gebruikt. De moderne molen, een spriet met wat propellors tegen een zwaar bewolkte lucht, staat op een donker gekleurde bodem. Het is geen tot in detail geschilderde grond, maar een duister dreigend vlak.

Diezelfde spanning weet hij op te roepen in zijn zelfportret en op een schilderij van een man die oog in oog met een grote wesp staat, die klaar is om te steken. Licht en donker effecten op de glad geschilderde doeken spelen daarbij een grote rol. Thijssen licht zijn onderwerpen uit als een regisseur van een spannende film. Van de man met de wesp zie je van dichtbij een duister profiel (tegenlicht). Thijssens gezicht licht op zijn zelfportret zacht groen en blauw op.

Niet alle schilderijen zijn zo spannend. Een vroeger werk, waarop we een groep jonge mensen in een donkere kamer rond een verlichte tafel vol flessen zien zitten, mist de suspense van de andere werken. Het is eerder een schilderstudie.

zie archief NRC